NIA-voorzitter Kremers adviseert oprichting Nederlandse ontwikkelingsbank/instelling. Met inzet van Juncker-gelden een investeringsimpuls mogelijk van € 14 miljard

Bericht van Jeroen Kremers bij de voltooiing van zijn taak als eerste voorzitter van het Nederlands Investerings Agentschap (NIA).

Jeroen Kremers adviseert het kabinet om de oprichting van een Nederlandse ontwikkelingsbank/instelling voor te bereiden. De missie voor deze nieuwe publieke organisatie is om de ontwikkeling en vernieuwing van de Nederlandse economie te stimuleren en mee te financieren daar waar banken en andere private financiers het niet alleen kunnen. Nederland is het enige land in de ontwikkelde wereld zonder een nationale ontwikkelingsbank/instelling. Afgelopen zomer heeft Kremers in opdracht van de ministers Dijsselbloem en Kamp het NIA ingericht. Deze overheidsorganisatie gaat Nederlandse investeringsprojecten aandragen voor het Europese Juncker-fonds, dat gunstige voorwaarden biedt voor investeringen om de Europese economie aan te jagen. Kremers berekent in zijn rapport aan het kabinet dat voor Nederland een investeringsimpuls van € 14 miljard de ambitie moet zijn.

Het NIA bureau is na vier maanden operationeel in een opstartfase: een informatieloket, een team deskundigen om investeringsprojecten te selecteren en begeleiden, en een pipeline van potentiële projecten voor een totaal van € 10 miljard. Dit zijn projecten zoals grootschalige vergroening van de Nederlandse economie, innovatie en MKB, strategische infrastructuur en spoorverbindingen in grensgebieden, en breedband en snel internet in landelijk Nederland.

Zonder de inspanning van het NIA en de bijdrage uit het Juncker-fonds zullen deze maatschappelijk belangrijke investeringen niet tot stand komen. De pipeline moet worden uitgebreid en de komende vier jaar tot concreet resultaat worden gebracht. Daarvoor is verdere professionalisering van het NIA bureau nodig, met een mandaat van de ministers van Financiën en Economische Zaken, betrokken departementen als BZK, IenM en VWS en de deelnemende provincies en grote steden. Met een stevige inspanning kan dat op korte termijn worden gerealiseerd.

Parallel aan de inrichting van een professioneel NIA adviseert Kremers het kabinet de oprichting van een Nederlandse ontwikkelingsbank/instelling ter hand te nemen. Daar is wat meer tijd voor nodig, maar het is niet minder urgent. Het is belangrijk voor de Nederlandse toegang tot het Juncker-fonds, maar ook van bredere betekenis voor de Nederlandse economie. De taak van die organisatie is maatschappelijk relevante Nederlandse bedrijven en projecten te stimuleren, te ontwikkelen en mee te financieren waar private marktpartijen het niet alleen kunnen (bijvoorbeeld omdat de looptijd van financiering te lang is of de (beleids)onzekerheid te groot). Niet om private financiering weg te drukken, maar juist om aan te moedigen. Nederland is het enige land in de ontwikkelde wereld zonder een nationale ontwikkelingsbank/instelling. Dit zijn instellingen die onderling en met de EIB en de Europese Commissie nauw samenwerken bij de stimulering van nieuwe, maatschappelijke uitdagingen en complexe investeringsopgaven. Nederland plaats zich hiermee aan de zijlijn.

Kremers signaleert dat het ministerie van Economische Zaken en andere departementen al beschikken over een deel van het financieringsinstrumentarium dat bij zo’n Nederlandse ontwikkelingsbank/instelling thuishoort. Door bundeling van inzet zullen de effectiviteit en de deskundigheid en daarmee de slagkracht worden verbeterd, en de kosten van de nu versnipperde uitvoering worden gereduceerd. Het maakt ook meer private financiering los, ten gunste van een beperkter publiek beslag. Bovendien is het logisch om de financiering van individuele private partijen, net als het financieel toezicht van DNB en AFM op individuele financiële instellingen en het markttoezicht van ACM op individuele private partijen, te beleggen bij een separate publieke ontwikkelingsbank/instelling met een eigen missie en een robuuste governance.